ONWEERSTAANBAAR
17 juli 2026
De zon is al onder en het maanlicht weerkaatst op de klinkers van de straat. Op het plein speelt een Cubaanse band de nummers van Buena Vista Social Club. Aan het houten barretje op het plein zitten een man en een vrouw met intense blik een gesprek te voeren. De man, stijlvol gekleed in maatpak met dito schoenen, de vrouw in een prachtige rode off-shoulder jurk. De vrouw had bij binnenkomst al direct de aandacht door het maanlicht dat elegant viel op haar golvende haren en ontblootte schouders, de man zorgt dat de vrouw de aandacht krijgt die ze verdient. Er is geen twijfel of deze twee bij elkaar horen en de vonken spatten er van af.
Ik zit op een bankje iets verder op en ik aanschouw de twee en hun chemie. Het is als een film waarvan je weet hoe hij afloopt en toch moet blijven kijken. De eerste tonen van het volgende liedje worden ingezet door de band, onmiskenbaar 'Chan Chan'.
Als geroepen door het lot en met volmaakte elegantie staat de man aan de bar op, knipoogt bedankend naar de band en vraagt zijn vrouw ten dans. Het paar loopt van de bar, ritmisch, richting de andere kant van het plein waar de band speelt, zelfs het lopen lijkt op dansen. Ik nog steeds op het bankje, het stel is verslavend vermakend.
Haar hand in de zijne, lijken hun lichamen te versmelten als één. Zij, trots gewikkeld met haar been om de zijne. Hij, sierlijk zijn muze paraderend op de keien van het in maneschijn gevallen Havana. Terwijl ik dit aanschouw, realiseer ik me dat ik droom. Dit is mijn droom, de sierlijke man in het avondrood van Havana ben ik. De vrouw met ogen die een ieder in vuur en vlam zetten, de vrouw met ontblootte schouders, sensueel dansend in het prachtige Cuba ben jij. De wekker gaat, het is maandag. De paringsdans van zojuist in mijn dromen, maakt paradijsvogels nog jaloers en ik ben, compleet van de wereld af, terug op aarde.
Ik pak mijn telefoon om je te bellen en dit samen in gedachten nogmaals te beleven. Wellicht heb jij dezelfde droom gehad en blijven we samen in vervoering, verslaafd aan de gedachte van elkaar, vandaag in bed. De kans is klein en ik besluit niet te bellen. Onderweg in de auto naar het werk kan er maar één nummer aan, op repeat. De eerste tonen van het liedje worden ingezet; “De Alto Cedro voy para Marcané”. Chan Chan, het nummer over de hulpeloze verslaving aan de vrouw met ontblootte schouders in het maanlicht van Havana.